blackjack oyna casino metropol


 

A3boeken @ Facebook A3boeken @ Twitter A3boeken @ Pinterest A3boeken RSS feed

U bent hier : A3 boeken Nieuws

Help je ook mee
dieren in nood helpen?

Bekijk het filmpje
over dit boek

Alweer de 4e druk!

Een fotoalbum op facebook met foto's van boekenkasten met daarin boeken van A3 boeken. Nieuwe foto's zijn welkom!

Dit hartlabyrint
van Selma Sevenhuijsen
mag je overtekenen
en gebruiken zoveel
je maar wilt.
(uit: 'De glimlach van de sirene')

Het zwaard en het zwaard

Flow with whatever may happen and let your mind be free.
Stay centered by accepting whatever you are doing.
This is the ultimate.


Met dit motto van Chuang Tzu ging Selma Sevenhuijsen op reis naar Volterra en  San Galgano (Siena) voor achterstallig werk op twee plaatsen die ogenschijnlijk niet veel met elkaar te maken hebben.
 

‘De glimlach van de sirene’ en die ik nu wel eens in het echt wil zien. San Galgano wil ik bezoeken om meer ‘feel’ te krijgen voor de omgeving van deze bijzondere kerk, en om mijn hernieuwde band met Michael (zie vorige blogs) verder uit te diepen. Maar soms blijken er meer – en diepere - connecties te zijn dan je je had gerealiseerd….

Volterra
Op de begane grond van het Etruskisch museum zijn wel vier zalen met grafurnen. De ‘mijne’ is er niet bij, maar ze zijn evengoed indrukwekkend. Veel dubbelstaartige meerminnen, en de meeste hebben ook vleugels. In de musea in Chiusi, Volterra en Tarquinia hebben ze die vaak al verloren. De meerminnen hier hebben iets ‘oers’. alsof ik oog in oog sta met haar oorspronkelijke gedaante als verbinder tussen de ‘drie werelden’. Ze stralen kracht, vreugde en schepping uit. De overleden personen bovenop de urnen lijken zich prettig te voelen in haar aanwezigheid als leidvrouw, alsof ze zich zeker voelen van een wedergeboorte onder haar hoede. Ook andere motieven op de urnen laten een vertrouwen in de cyclus van het leven zien. Een roos, gedragen door twee engelen, en een andere door twee dolfijnen. Een grote roos, omgeven door vier kleinere: samen staan ze voor de quaterniteit, een oud symbool van eenheid. De rozen komen vaak in twee concentrische cirkels met een knop in het midden. Stof tot nadenken: is dit een symbool van wedergeboorte uit de schoot van de Moeder? En dan zijn er enkele urnen met Hermes met grote vleugels aan zijn oren, die hem typeren als psychopomp en als boodschapper van de goden.

Aan de hand van een plaatje in de catalogus vraag ik aan de suppoost waar ‘mijn’ meermin staat. Ze blijkt apart te staan, op de 3e verdieping, in een zaal waar het meer over het handwerk met het alabaster gaat, van oudsher dè specialiteit van Volterra. Zodra ik haar zie, springen de tranen me haast in de ogen, kennelijk heb ik allang een band met haar opgebouwd. Niet vreemd, want ze heeft alle kenmerken van het archetype van de dubbelstaartige meermin, daarom sprak ze me natuurlijk meteen aan indertijd. Vrolijke gekrulde staarten met de uiteinden van een dolfijn. Ze is tegelijkertijd verbonden met de wijsheid van de aarde en van het water: ‘vrouwelijke’ sferen en elementen bij uitstek. De dolfijn is het meest intelligente dier van de schepping, altijd al gezien als symbool van wedergeboorte. En dan haar krachtige vleugels, haar verbinding met de hemel. Anders dan andere meerminnen zijn ze voorzien van twee grote ogen, haar vermogen om in de Andere Wereld te zien, lijkt me. Haar voorhoofd is getooid met een diamant: teken van een geopend derde oog? En dan heeft ze – net zoals Hermes en Dionysos - ook nog eens gevleugelde oren, een symbool van het vermogen om te luisteren naar de klank van de goddelijke wereld, de basis van het vermogen om een boodschapper te zijn…

Ik blijf een tijdje voor de urn met haar afbeelding staan, en voel al gauw een krachtige energie naar me uitstralen, die me eerst verwart en dan ontroert. Alsof ik hier iets heel ouds terugvind, waarvan ik de boodschap moet overbrengen… Dan besef ik me dat ze als enige meermin in dit museum een zwaard in haar handen heeft. Meestal, ook op andere plaatsen, heeft ze in plaats daarvan een roeispaan, die ze gebruikt om de boot met de ziel van de overledene naar de Andere Wereld te varen. Maar het zwaard is andere koek. In de handen van juist deze meermin interpreteer ik het als het symbool van haar vermogen om een verbinding te maken tussen hemel en aarde, oftewel een axis mundi te creëren: een belangrijke activiteit van priesters en priesteressen in de Etruskische cultuur. Dit vermogen tot verbinden van de drie werelden was een teken van spiritueel onderscheidingsvermogen, en van de wijsheid van de priester/magiër/sjamaan (v/m), een bekende figuur bij de Etrusken en aanverwante culturen zoals de Keltische. Geen oorlogstuig dus, maar een symbool van contact met de goddelijke waarheid, een instrument van de strijd(st)er daarvoor.

Onder achterlating van een kristal en een paar gedroogde rozen als eerbetoon voor mijn heldin vervolg ik mijn weg door het museum. Tegenover haar staat een urn met Vanth, die haar ook escorteert op de graven in Sovana. Zij is de jonge gevleugelde Godin, die het leven van de overledene weegt bij diens overgang naar de andere wereld. Ook zij heeft hier een zwaard in de hand. Naast haar zie je overledene die met een handdruk afscheid neemt van zijn echtgenote. Alles heel vreedzaam, tot wederziens… Een andere urn laat Odysseus zien met de Sirenes, drie vrouwen (niet eens in vogelgedaante) met muziekinstrumenten. Zie je wel, schiet er door me heen, de Sirenes hadden niets te maken met mijn meerminnen, die wel vaak zo worden aangeduid in het Italiaans. Dan – als verrassing, want ik wist niet dat ik die hier zou aantreffen – de bronzen spiegel met een volwassen Heracle, die drinkt aan de borst van zijn moeder Uni (bij de Romeinen bekend als Iuno), de afbeelding die ik ook in mijn boek gebruikte. Het is toch altijd heel anders als je zoiets in het echt ziet.

Onder het rondlopen blijf ik sudderen over de symboliek van ‘mijn’ meermin. In alles lijkt ze zo weggelopen uit de Hermetische traditie, zij lijkt een vrouwelijke versie van Hermes. Maar hoe moet ik dat rijmen met de Etrusken? Tot ik een en een bij elkaar optel, en het kwartje valt: ik weet nu immers veel meer dan toen ik mijn boek schreef… Hermes was ook in het Etruskische pantheon een bekende godheid, hij stond er bekend als Turms. Prachtige Etruskische afbeeldingen zijn er van hem., bijvoorbeeld samen met een hinde en een graalbeker. De Etruskische hogepriesters en priesteressen waren ingewijd in de verering van Cybele, de Grote Godin van Klein-Azië, de streek waar de Tyrreno-Etrusken vandaan kwamen. Haar ‘school’ bevond zich op de eilanden Lemnos en Samotraci. Hermes was de vierde godheid, naast Cybele, Persefone en Hades-Dionysos. Op het nabij gelegen eiland Imbros werd men ingewijd in de Hermetische traditie, die terug ging op de religies van Soemerie en Egypte. Hermes als voortzetter van Toth, de Drievuldig Wijze, een traditie die door de Etruskische priesters is overgebracht naar Italië.…

De Etrusken waren dus, zo loop ik me te bedenken, ook geschoold in de alchemische traditie. Niet zo vreemd, gezien hun reputatie als mijnwerkers en metaalbewerkers. Ook Volterra was een belangrijk centrum daarvan. Het ligt op de uitlopers van de Colli Metalliferi, naast Elba en de Monte Amiata het belangrijkste Etruskische mijngebied. En het klopt ook met hun opvattingen over de ‘reis van de ziel’ , waar de meermin after all de neerslag van is. Leven was, zeker voor de leden van de priesterklasse, de kunst van het bereiken van hogere stadia van spirituele ontwikkeling, en een grotere nabijheid tot voorouders en goden. In een van de zalen van het museum hangt een prachtig beeld: een vrouwenhoofd en een mannenhoofd, vanachter aan elkaar verbonden. Volgens mij is het het Godenpaar Ianus en Iana. Ik zie het als de neerslag van die ‘alchemische spiritualiteit’: het bereiken van een goddelijk bewustzijn via de vereniging van tegendelen. het vrouwelijke en het mannelijke in de mens, anima en animus in één. Ook een prachtige kroon van gouden laurierbladen trekt mijn aandacht: de overledene kreeg dit mee op zijn reis naar de Andere Wereld. Laurier was een heilige plant bij uitstek in de antieke wereld. Heel wat aantrekkelijker dan een doornenkroon, zo schiet er door me heen, …

Na mijn bezoek aan het Museum loop ik nog wat te slenteren door de straten van Volterra. Zoals wel vaker voel ik dat er nog iets is dat mij ‘trekt’, dat ik moet zien. In een zijstraatje valt mijn oog op een huis met een rij ramen versierd met opstijgende dubbele slangen: het teken van Hermes, maar ook van Aesculapius en Michael. Alchemische heling dus. En ja hoor, daar zit zij naast de deur: een dubbelstaartige meermin met een prachtig cornucoppia boven haar hoofd, gevuld met druiven, bloemen appels. Zij wordt gedragen door takken van acanthusbladeren die ontspringen aan een Groene Man onder haar. Op een plaquette staat ‘Giordano Bruno 1910’. Een herdenking van zijn sterfdag 400 jaar geleden? Ik weet niet van wanneer de ornamenten op de gevel dateren, maar ik vermoed er toch wel een langere lijn van esoterische traditie in Volterra in te kunnen zien…

De stad ademt een sterke verbinding met het vrouwelijke. Een klein kerkje tussen het Etruskisch Museum en een Michaelskerk is gewijd aan Maria Hemelopname. Het bevat een altaar uit de school van La Robbia, met Magdalena eronder op de aarde, alsof zij de weg van de Madonna naar boven ondersteunt. Ook in de kathedraal vind ik een bijzonder fresco van Magdalena, omhoog kijkend met de Schrift in haar handen. En in het Baptisterium van de kathedraal een doopvont uit 1520, staan naast de doop van Jezus in de Jordaan vier allegorische vrouwenfiguren afgebeeld: geloof, rechtvaardigheid, liefde en hoop. Weer een vrouw met een zwaard: Vrouwe Rechtvaardigheid. Later lees ik dat de Athenalijn, de vrouwelijke lijn die zich samen met de Apollolijn dwars door Europa slingert, midden onder het Baptisterium heen loopt, en dat hier in antieke tijden al een tempel stond. OK, zonder het te weten was ik weer op reis op de Michaels lijn: bringing it all back home. ..

Die nacht slaap ik in een gerenoveerd Franciscaner klooster vlak buiten Volterra. Ik heb een onrustige nacht op een schijnbaar rustige plek. Schijnbaar, want de volgende ochtend ontdek ik dat het gebouw middenin een gebied staat met spookachtige oude vervallen hospitaalgebouwen, als na een bombardement. Teveel dolende zielen hier, dat hield me kennelijk uit mijn slaap. Met een zwaar, neergedrukt gevoel reis ik verder.

Chiusdino
Door een wonderbaarlijk aarde-godinnelijk landschap reis ik zuidwaarts, naar San Galgano. Spitse heuvels wisselen zich af met grillige diepe dalen, woonplaats voor wilde dieren, en dan weer ronde heuvels met uitgestrekte landerijen. Veel ondoordringbaar bos ook, en hier en daar verlaten mijningangen. Na Colle Val dell’ Elsa volg ik het vruchtbare dal van de rivier de Elsa, waarna je uiteindelijk over een pas in de streek van Galgano komt. Ik bereik zijn streek langs de weg waarlangs de reizigers uit Volterra en Siena al lang geleden hier aankwamen. Als je goed kijkt zie je dat de streek een soort grote door bergen omgeven kom is, er doorheen stroomt de rivier de Merse. De grote Abdij van Galgano ligt ongeveer in het midden, met daarnaast op een hoge heuvel een ronde kerk, de Rotonda di Montesiepi, de plek waar Galgano in 1180 zijn zwaard in de rots stak, en er als kluizenaar ging wonen samen met andere ridders. In 1181 overleed hij er, en werd hij er begraven. Zijn zwaard staat er nog steeds, in de vlak daarna gebouwde koepelkerk.

Al langer heb ik me verdiept in het verhaal over Galgano en zijn zwaard, nu is het mijn doel zijn streek als geheel te exploreren. Vooral zijn geboortestadje Chiusdino trekt me. Staande in de ingang van de ronde kerk kijk je er recht op uit, en iedere keer dat ik hier was wist ik dat ik er eens naar toe moest gaan. Rond 1148 werd Galgano hier geboren, uit ouders die waarschijnlijk uit gegoede Duits-Frankische families stamden. Een Longobardische familielijn ligt voor de hand. Chiusdino was in die tijd een Longobardisch fort, in de 6e eeuw gesticht op de route van Siena naar de kust. Galgano’s vader was lid van de orde van de Ridders van Michael (de beschermer van de Longobarden). Volgens de legende gingen zijn ouders op pelgrimage naar het heiligdom van Michael in San Gargano (Puglia), om te bidden om nageslacht. Zijn moeder zou zwanger en wel zijn teruggekeerd. Zijn vader sterft al gauw, waarna Galgano een droom heeft waarin Michael hem opdraagt aan zijn moeder te vragen of hij ridder in diens dienst mag worden. Hetgeen geschiedde…

Jaren later, in 1180, heeft hij een tweede droom. Michael verschijnt, en zegt; volg mij! In de droom gaat Galgano de aartsengel achterna, over een lange, moeilijk over te steken brug. Dan komt hij in een weide vol heerlijk geurende bloemen. Vervolgens krijgt hij de opdracht door een lange onderaardse tunnel naar Montesiepi te gaan, waar hij zowaar de twaalf apostelen aantreft. Zij geven hem een plaats in hun midden, en reiken hem een boek aan waaruit hij moet lezen. Hij kijkt omhoog en ziet een beeld, waarna hij aan de apostelen vraagt wat dat betekent. Zij zeggen hem dat het God zelf is, die hem opdraagt op deze plek een huis te bouwen voor Hem, voor de opgestegen Madonna en voor de apostelen, en om daar vervolgens zelf te blijven wonen. Enige tijd na deze droom aanvaardt Galgano op zijn paard de tocht, op zoek naar de door Michael aangewezen plek. Hij overnacht eerst in Luriano, een hooggelegen plaats tegenover Montesiepi. De volgende dag neemt zijn paard de macht over en rijdt hem naar de plek op Montesiepi, die hij herkent als de plaats waar hij in zijn droom de apostelen ontmoette. Daar wil hij een houten kruis maken, maar bij gebrek aan materiaal daarvoor trekt hij zijn zwaard en steekt het in de rots. Door Gods wil is noch hij noch iemand anders er tot nu toe in geslaagd het er weer uit te halen, zo luidt het verhaal…

In Chiusdino aangekomen loop ik door de Middeleeuwse straatjes, met een gevoel van thuiskomen dat ik ook had in Monte Sant’Angelo. Helemaal boven, in de oudste Borgo van het stadje, staat de kerk van Michael. Het is er stil, geen drommen toeristen zoals in Montesiepi. Achterin in een nis staat een houder met de schedel van Galgano, ‘la Sacra Testa’. Galgano had de reputatie hoofdpijn te kunnen genezen, en nog eeuwen na zijn dood reisden mensen naar dit relikwie (dat tot voor kort in Siena lag) om via een aanraking daarmee daarvan te genezen. Er voor staat een beeld van een op de aarde staande Madonna, dat je in veel kerken hier aantreft. Maar dit keer staat ze niet op een slang, maar is de aarde omgeven met rozen, ook haar voeten zijn met rozen bedekt. Ik moet meteen denken aan mijn droom van zo’n anderhalve maand geleden, waarin ik een net met rozen om de wereld spande: de opmaat voor mijn recente ontmoetingen met Michael…. En dan daalt er een sterke helende energie over me neer, het ‘kroongevoel’, dat ik ook ervoer in de grot van Michael in Puglia. De zwaarte uit Volterra verdwijnt als sneeuw van de zon, en op lichte voeten vervolg ik mijn weg.

Ik bezoek de naastgelegen kerk van San Stefano, een vroegchristelijke martelaar, die ook als heler bekend stond. In de kerk een eenvoudig beeld van Galgano, knielend op de rots met het zwaard. Het raakt me, en zijn verhaal komt verder voor me tot leven. Maar dat gebeurt nog sterker in het eronder gelegen geboortehuis van Galgano. Het enig toegankelijke deel is een kapel met verweerde fresco’s. In een hoek staat een steen. Volgens een bordje erboven was dit de steen waar Galgano langdurig tot Michael bad, je kunt zijn knieafdrukken nog zien. Buiten raak ik aan de praat met een vrouw die al veertig jaar tegenover het huis van Galgano woont, en niet ophoudt me te vertellen hoe gezond en helend het hier is, en hoe goed ze het met elkaar hebben in deze straat. Het zet me verder aan het denken, zeker als ik het combineer met mijn helende ervaring in de kerk van Michael.

Dan kijk ik op mijn kaart van de streek. Chiusdino blijkt op een exacte west-oost lijn naar Montesiepi te liggen. Vanaf deze rots hebben mensen dus altijd de twee equinoxen kunnen waarnemen boven de heuvel van Galgano’s heiligdom. Chiusdino is in oorsprong veel ouder dan de Longobardische burcht, in de buurt zijn Etruskische resten gevonden. Veel van de Longobardische settlements zijn gebouwd op oude Etruskische plekken, en vaak zijn dat plaatsen van de antieke zonnegod, waarvan Michael de opvolger was. Het lijkt me heel aannemelijk dat er in Chiusdino ooit een heiligdom van de zonnegod was, een plek waar mensen heelden, droomden en visioenen ontvingen, zoals dat ook met Galgano het geval was. Hij keek vanaf deze plek, zoals velen voor en met hem, recht op de heuvel van Montesiepi, en zag daar twee keer per jaar de zon recht boven opkomen.

Montesiepi
Tijd om door te reizen naar het heiligdom met het zwaard, de eerste keer dat ik er alleen ben. Alle eerdere keren was is er met een groep, en zowel ik als de anderen ervoeren er een sterke helende energie. En dat kan kloppen: op de plek van het zwaard kruisen twee energielijnen elkaar, zo weet ik inmiddels. Ik zit een tijdje rustig te mediteren, en voel het weer aan alle kanten. Boven me is een ronde koepel met 24 concentrische cirkels: twee keer twaalf cirkels, een bijzonder symbool van goddelijke eenheid. En er is meer aan de hand hier. De Zwitserse onderzoeker Paul Pfister heeft aangetoond dat het ontwerp van de hele kerk gebaseerd is op het getal twaalf: in de ronde vorm van de kerk past precies een twaalfpuntige ster, een gestileerde weergave van de zodiak. Nog intrigerender zijn zijn bevindingen over de zonnewende. In het oorspronkelijke gebouw schijnen op 21 juni om 4.45 uur de stralen van de zon op de plek van het achtste huis van de zodiak, de schorpioen. Acht is het getal van wedergeboorte en opstanding. Daarna verplaatsen de stralen zich omlaag, en verlichten ze om 6.15 uur het punt waar het zwaard in de rots staat. En ook de equinoxen hebben hun markeringspunt in de koepel.

In feite is de hele kerk te lezen als een ‘kosmisch horloge’ . En dan hebben ook de uitgangen nog eens een speciale richting. De hoofdingang kijkt precies naar Chiusdino. Waar nu de later bijgebouwde apsis is was vroeger een uitgang richting Siena. En een nog steeds zichtbare houten deur geeft regelrecht de richting aan naar de Monte Gargano, met het heiligdom van Michael waar ik een maand geleden zulke sterke ervaringen had. De Rotonda is gebouwd meteen na de dood op 33-jarige leeftijd van Galgano in 1181, op initiatief van bisschop Ugo dei Saladini van Volterra. De makers ervan moeten een grondige kennis hebben gehad van de antieke kosmologische wijsheid. Pfister vergelijkt Montesiepi met andere heiligdommen uit die tijd, waaronder de Kathedraal van Chartres. Maar ook met oudere vergelijkbare constructies: van het Pantheon en het Mausoleum van Hadrianus in Rome (dat in 590 aan Michael werd gewijd), de ronde kerk van Michael die oorspronkelijk op zijn grot in Monte S. Angelo stond, tot Stonehenge en de Zonnetempels van de Inka’s, ronde constructies van de Etrusken, en zelfs de Heilig Graf kerk in Jerusalem.

De makers moeten ook een sterke motivatie hebben gehad: in vier jaar tijds was het heiligdom klaar, en kon het worden ingewijd door Ugo’s opvolger Ildebrando Pannocchieschi. Hij was het ook die in datzelfde jaar het initiatief nam tot een heiligverklaring van Galgano. Negentien mensen getuigden voor een Pauselijke commissie van de door Galgano verrichtte wonderen, en zijn moeder Dionysia vertelde over zijn dromen. Vandaar dat we daar nu nog kennis van hebben. Er was de kring rondom Galgano kennelijk veel aan gelegen om hem, Michael en Montesiepi te eren via een door de Kerk van Rome erkend heiligdom. Mij lijkt het heel plausibel dat ze daarmee een veel oudere plek wilden conserveren, inclusief de daar opgeslagen wijsheid en al eeuwen plaatsvindende rituelen. De naam Montesiepi verwijst naar een ommuurde plek, zo vertelt Pfister. Het staat in verband met het Etrusco-Romeinse begrip nemus, in de oudheid gebruikt om een heilig woud aan te duiden. Een woud van de Godin, ook wel bekend als Voltumna, Feronia, Jana, Diana. Het waren plaatsen waar men contact kon leggen met de ‘Andere Wereld’, via dromen en visioenen, of via de bemiddeling van priesteressen. Plaatsen ook die bekend stonden om de rituele vieringen van het heilig huwelijk tussen hemel en aarde en de daarbij behorende godheden.

In de apsis van Montesiepi staat hoog op de muur achter het altaar een enigszins verweerd fresco van Lorenzetti van de Hemelvaart van Maria. Vreemd genoeg heeft zij het Kind op haar schoot (past niet erg bij de hemelgang…), en als je goed kijkt zie je dat ze drie armen heeft, twee die het kind vasthouden, en een derde – rechts- met een scepter. Een recente restauratie heeft aangetoond dat het kind later aan het fresco is toegevoegd. Oorspronkelijk had de Madonna in haar linkerhand een globe in plaats van het kind, en waar zij nu een eenvoudige sluier over haar hoofd had, schitterde eerder een grote kroon. Ernaast een beeld van Galgano die de rots met zijn zwaard aan Michael aanbiedt, die vervolgens in de richting van de Madonna wijst. De Madonna wordt gesecondeerd door twee vrouwen met schalen vol vruchten en bloemen. De koningin van Hemel en Aarde is dus ooit veranderd in een veel traditioneler beeld van de Madonna als Moeder. Wellicht wilde Lorenzetti de verering van de Godin op deze plek inpassen in de Christelijke eredienst, maar is dit later letterlijk toegedekt.

In mijn hoofd vallen de nodige puzzelstukjes bij elkaar. Het dal van de Merse was ooit een moerasachtig gebied, wellicht zelfs een meer. Dit soort plekken van vrouwelijke energie waren vaak gewijd aan de Godin, en legendes over de geboorte van het leven uit haar wateren. Wellicht was Montesiepi ooit een eiland, misschien zelfs de omphalos van het gebied, en ging hetzelfde op voor het nabije nog hoger gelegen Luriano. De naam daarvan verwijst naar de antieke zonnegod, die vaak de stam ‘Lu’ of ‘Lug’ in zijn naam had. In Galgano’s tijd was Luriano eigendom van de bisschop van Volterra… En dan de dromen van Galgano. De Kerk heeft ze een strikt-Christelijk jasje omgedaan, door te zeggen dat God zelf hier sprak, en het daarbij te laten. Maar zoals Pfister ook zegt duiden ze in feite een klassieke archetypische initiatieweg aan: een moeizame reis over een lange brug naar een paradijselijke tuin, en dan weer de donkere aarde in, om tenslotte uit te komen op een plaats van verlichting. Het was een initiatie waar Galgano kennelijk aan toe was, vele jaren na zijn eerste droom over Michael, jaren waarin hij zich als heler had ontwikkeld, èn een reputatie had opgebouwd. En waar anders zou hij die inwijding krijgen dan op de bij iedereen in de streek bekende heilige plek, gewijd aan de Godin, en de twaalf tekens van de Zodiak rondom haar? In zijn droom namen die de gestalte aan van de twaalf apostelen, een beeld dat past in de religieuze cultuur van zijn tijd.

Het zwaard in de rots blijft natuurlijk intrigeren. Voorlopig houd ik het erop dat Galgano’s gebaar niet zozeer was ingegeven door praktische motieven (gebrek aan hout voor een kruis), maar dat het de herhaling was van een ritueel waarvan hoog ingewijde priesters in de oudheid en het vroege christendom de kunst verstonden: het maken van een energetische as tussen hemel en aarde. Bij enig doordenken spoort dat ook met het beeld van mijn meermin godin in Volterra. Wellicht was het zwaard in de rots een markering op een weg naar verlichting, een weg die hij was ingeslagen als heler, en die zijn voltooiing naderde met zijn initiatiedroom waar hij God in de ogen zag. De rol van Michael past hier natuurlijk geheel in, omdat hij doorgaat als lichtdrager, en als engel die ‘is als God’, die samen met de Madonna de weg vrijmaakt naar het Nieuwe Jeruzalem, de allegorische stad van liefde en vrede. Michael kreeg veel van de eigenschappen toegeschreven die in de oudheid bij Hermes hoorden. De hele streek rond Siena en Volterra ademt iets uit dat omhoog streeft, zo besef ik me, en je vindt er veel kerken van de opgestegen Madonna, en beelden van een gekroonde Madonna. De eenheid met het vrouwelijk goddelijke als slotakkoord van spirituele verlichting…

Bij mijn vertrek uit de ronde kerk valt mijn oog op een plaquette in de hoek van de abdis, gewijd aan Paul Pfister 2005. Een officiële erkenning van het feit dat hij de geest van deze plek goed heeft aangevoeld en doorvorst? Een bijdrage aan de terugkeer van de genius loci, de ziel van de plek?

De abdij van Galgano
In het besef dat het op deze plek eigenlijk om de ronde kerk van Montesiepi gaat, sluit ik mijn reis af met een bezoek aan de indrukwekkende abdij die erachter ligt, dieper in het dal. Een abdij zonder dak, en met vervallen muren. Na de dood van Galgano bleven er monniken wonen op de plek van zijn heiligdom, dat al gauw een pelgrimsoord werd. In 1201 plaatst de Paus ze onder de regels van de Cistercenzer orde, die verwant was aan de Tempeliers, die in de streek al langer een hospitaal hadden. Een groep monniken, die niet onder deze regel wil leven, vertrekt om elders in Toscane aan Galgano gewijde kluizenaarsplekken te stichten. Al gauw wordt het klooster van Montesiepi te klein. In 1218 begint de bouw van de enorme abdij, die het centrum zal worden van een grote economische en spirituele bedrijvigheid in het Val di Mersa, en een van de machtigste abdijen van Toscane. De tijd ook waarin talloze paralellen zijn getrokken tussen het verhaal van Galgano en de mythe van de Graal. Galgano wordt inderdaad vaak vergeleken met Gawain, de rechtschapen neef van koning Arthur. In de 15e eeuw wordt de abdij verlaten en treedt het verval in.

Zittend in de abdij denk ik terug aan de vele malen inmiddels dat ik hier met mijn vrienden van het Inkapad Italië de grande finale heb gedaan van de Grote Inwijding van de Inka’s, onder leiding van Don Juan Nuñez del Prado. Basis ervan is de profetie in de Graalmythe in de versie van Chretien de Troyes, die vertelt dat er ooit een ridder zal komen die edel en krachtig genoeg zal zijn om het zwaard uit de rots te trekken. Met dat zwaard zal hij vervolgens de hemel openklieven, waarna de Madonna op aarde zal terug keren en vrede tussen de volkeren zal stichten. In het ritueel leggen we in twee elkaar kruisende rijen een slingerende route rondom de zuilen af, vanaf het altaar naar de voorgevel van de kerk, waarmee we ons de kracht van de anaconda eigen maken. Daar ligt de parallel met het kroningsritueel van de Inka. Het lijkt ook op het patroon van de kundalini, het symbool van Hermes dat ik aantrof op de gevel van het huis in Volterra. Vervolgens lopen we terug naar het altaar met een fictief zwaard in de hand, wat we bij het altaar omhoog richten, met de intentie om deze krachtige energie zo hoog mogelijk te doen stijgen. Volgens Don Juan komt dit overeen met het ritueel dat de Tempeliers hier ooit uitvoerden. Een krachtig en ontroerend ritueel, dat me al meerdere malen het eerder door mij beschreven ‘kroongevoel’ heeft opgeleverd, het gevoel dat mijn bovenste chakra wijd open ging. Misschien verwijst dat wel naar het mysterie van Montesiepi, en van andere aanverwante plekken…

Vol verwondering rijd ik door de ongekend mooie landschappen van de Toscaanse Maremmen langs de flanken van de Monte Amiata terug naar huis. Dat dit mij allemaal mag overkomen…

Gelezen: Paul O. Pfister La Rotonda sul Montesiepi. Siena, Cantagalli 2001.

De bij deze blog behorende foto’s kun je vinden op
https://www.facebook.com/media/set/?set=a.503706006321602.132459.100000466229023&type=3&l=c83ab925de , en op https://www.facebook.com/media/set/?set=a.504119339613602.132566.100000466229023&type=3&l=370d463291

Dit blog is eerder geplaatst op haar website:

 


http://www.selmasevenhuijsen.nl

Gerelateerd(e) boek(en)


Gerelateerd(e) auteur(s)

A3 boeken

Oosterveldweg 15
7274 DZ Geesteren
Nederland

T 0545 48 11 40
F 0545 48 11 35

info@A3boeken.nl



A3boeken @ Facebook A3boeken @ Twitter A3boeken @ Pinterest A3boeken RSS feed

Nieuws

20/10/2018 De volle maan van 24 oktober 2018
18/10/2018 Beleef de kracht - recensie
16/10/2018 Uitnodiging tot verwondering - recensie
13/10/2018 13-25 oktober 2018 - het Gele Ster levenspad
 

Agenda