Ank Spronk (Arnhem, 1919) studeerde in 1940 af aan het Genootschap Kunstoefening in Arnhem, richting illustratief. Pas in 1970 kwam zij eraan toe van het geleerde haar beroep te maken. Zij heeft intuïtief een geheel eigen etsstijl ontwikkeld en tot op de dag van vandaag past zij die toe. Haar oeuvre omvat vele honderden etsen, met vooral een of meer van haar drie grote liefdes als onderwerp: katten, landschappen en Rusland. Voor het boekje ‘De katten van Ank Spronk’ zijn circa 70 werken met katten geselecteerd: etsen van klein tot groot, eigenzinnige portretten van haar eigen katten, Egyptische prenten en een twintigtal ex librissen. Ze tekent katten in een bos bij volle maan, tussen de ruïnes, slapend in de avondzon, kijkend naar elkaar of de fietsers in de verte. Soms verraadt de titel dat er meer katten in een prent zijn dan je op het eerste gezicht zou denken. Gevraagd naar haar liefde voor de kat, antwoordt zij: “Ik heb een grote binding met katten. Hoe dat komt, weet ik niet precies. Ik kan wel heel filosofisch in mezelf graven... ik denk dat het vooral het eigenzinnige van het dier is. Een kat is zo"n volkomen zelfstandig wezen. Ik wil ook zo mijn eigen gang gaan; een ander moet zich vooral niet met mij bemoeien."
In haar etsen weet zij een heel eigen sfeer op te roepen, niet voor niets worden termen als ‘sprookjesachtig’, ‘paradijselijk’ en ‘geheimzinnig’ vaak gebruikt om haar werk te typeren. Zij werkt óf heel fijn óf met grotere vlakken. Beide technieken past ze zowel op groot als heel klein formaat toe. Ank Spronk is al tientallen jaren lid van de Nederlandse Vereniging voor Ex libris en andere kleingrafiek en vervaardigt regelmatig in opdracht ex librissen.
Het boekje bevat onder meer een korte beschrijving van haar leven en een uitleg van het etsproces. Tevens is haar verhaal ‘Kattigheden van Micio en Titus’ opgenomen, dat in 1978 bij Pen en Burijn in Ulvenhout verscheen in een gelimiteerde oplage.