De haiku wordt wel het kortste gedicht van de wereld genoemd en vindt zijn oorsprong in het Japan van de zeventiende eeuw. Volgens Van Dale´s Groot Woordenboek der Nederlandse Taal is een haiku een gedicht van drie rijmloze regels in respectievelijk vijf, zeven en vijf syllaben waarin een intense natuurervaring wordt uitgedrukt. In haikuland is er ´discussie´ over de vorm: wel of niet een exacte zeventiener, wel of niet hoofdletters en interpunctie. Daaraan gaat deze bundel voorbij. Wat telt is de manier waarop de Nederlandse en Vlaamse haikuïsten de essentie van de kat in woorden hebben gevangen.
De rijke Japanse cultuur en historie vormen eveneens de basis voor de kattenportretten van Arie de Jong. Zij zet katten neer als Japanse krijger, courtisane, sumoworstelaar, monnik of geluksgod. Het Kabuki-theater is een belangrijke inspiratiebron voor haar op Ukiyo-e prentkunst gebaseerde wandborden en afbeeldingen.
Uit de recensie van Inge Lievaart voor de Nederlandse Bibliotheek Dienst:
Er valt heel wat te bekijken in dit boekje. In een veertigtal kattenportretten, geinspireerd door de Japanse cultuur en geschiedenis, vooral door het aloude kabukitheater, zet kunstenares Arie de jong (1961) katten neer in de rol van krijgsheren, worstelaars, helden, goden enz. Treffend zijn in de kleurige uitbeeldingen de steeds passende gezichtsuitdrukkingen, die zij vooral door de oogstand weet te geven. Maar ook in de houding: alles wat in de rol waarin zij verbeeld worden bloot blijft, is des kats. (...) De haiku"s staan los van de afbeeldingen, wel met een oproep in taal van de dagelijks waargenomen en toch mysterieus blijvende kat. Veelal heel goed geslaagd daarin. (...) Een mooie uitgave die kijker en lezer weet te boeien.